Terwijl de inwoners van Olst zuchtten onder de Duitse bezetting, streed en leed dorpsgenoot Egbert Veerman duizenden kilometers verderop. Zijn verhaal voert ons van de IJssel naar de tropen, waar hij als jonge militair terechtkwam in een van de donkerste hoofdstukken van de Tweede Wereldoorlog.
Van de IJssel naar Nederlands-Indië
Egbert Veerman werd op 11 juni 1918 geboren in Olst als zoon van vader Teunis Veerman en moeder Johanna Linthorst. Hij groeide op aan de Beneden Dijkstraat, maar koos al jong voor een bestaan als beroepsmilitair.
Militaire dienst
Op 27 maart 1939 verbond hij zich voor een periode van vijf jaar voor militaire dienst binnen en buiten europa (de Overzeesche Militaire Dienst). Als fuselier bij het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) vertrok hij naar Nederlands-Indië. Op 5 juli 1939 scheepte hij in te Amsterdam aan boord van het SS Johan de Witt met bestemming Nederlands-Indië. Brieven die bewaard zijn gebleven, getuigen van zijn enthousiasme over de reis en zijn nieuwe leven in Bandoeng. Hij kon toen nog niet vermoeden dat de wereldwijde oorlog hem nooit meer naar huis zou laten keren.
Krijgsgevangene op Sumatra
Na de Japanse inval in 1942 bevond Egbert zich op Sumatra. Hij diende bij het 1e Garnizoensbataljon. De strijd op Sumatra was fel en chaotisch. Uiteindelijk werd hij op 2 april 1942 krijgsgevangen gemaakt in Kota Cane, een gebied waar na de officiële capitulatie nog lang werd doorgevochten. Dit was het begin van een lange en zware lijdensweg.
De hel van de Birmaspoorweg en Tamarkan
Samen met duizenden andere geallieerde militairen werd Egbert als dwangarbeider ingezet aan de beruchte Birmaspoorweg, de 'dodenspoorlijn'. De omstandigheden waren onmenselijk: loodzwaar werk in de brandende zon en de jungle, mishandeling, en een totaal gebrek aan voedsel en medicijnen.
Op de officiële Japanse interneringskaart staat te lezen dat Egbert op 23 mei 1944 ziek werd. Hij werd overgebracht naar het kamp Tamarkan in Thailand, dat fungeerde als een soort ziekenboeg voor de uitgeputte arbeiders. Ondanks de zorg van zijn medegevangenen, bleken de ontberingen te groot.
Een laatste rustplaats in Thailand
Egbert overleefde de jungle uiteindelijk niet. Op 24 oktober 1944 bezweek hij in kamp Tamarkan aan de gevolgen van Malaria. Hij was toen slechts 26 jaar oud. Egbert kreeg zijn laatste rustplaats op de geallieerde Erebegraafplaats Kanchanaburi in Thailand. Daar rust hij nog altijd tussen zijn kameraden, ver weg van de vertrouwde grond van Overijssel.
Een blijvende herinnering in Olst
Hoewel hij stierf in de jungle van Zuidoost-Azië, is Egbert Veerman in zijn geboortedorp nooit vergeten. Zijn naam staat niet alleen op de Erelijst van Gevallenen in Den Haag, maar leeft in Olst voort in de naar hem vernoemde Egbert Veermanstraat. Hij staat symbool voor alle lokale militairen die, ver van hun geliefden, streden voor de vrijheid.